• Rsi, bestaat dat nog? Het zat toch tussen de oren?

    Datum: 2010.09.07 | Categoriën: Voor werkgevers | Tags:

    Rsi bestaat wel degelijk. Mensen zijn zelfs langer ziek. Het kost bedrijven miljoenen.

    Wat heeft invloed? Anders dan lange tijd werd aangenomen hebben mensen die veel met de computer werken, niet méér kans op rsi dan mensen die minder uur per dag computeren. Dat concludeerde bewegingswetenschapper Stefan IJmker, die in juli 2008 op het onderwerp promoveerde aan het VU Medisch Centrum. IJmker volgde twee jaar lang duizend kantoormedewerkers in vijf organisaties om te zien of zij rsi-klachten kregen. In eerdere studies naar rsi, waarbij werknemers zelf het aantal uren dat ze typen of ‘muizen ’moesten bijhouden, leek veel werken met de muis tot pijn in armen en polsen te leiden door de accumulatie van bewegingen.Maar in het onderzoek van IJmker had het aantal uren muisgebruik en typen geen invloed. De enige lichamelijke factor die nadelig bleek, was tegelijkertijd bellen en de computer gebruiken. Wél spelen psychosociale en organisatorische problemen op het werk een rol, ontdekte IJmker. Mensen die eentonig werk hebben, weinig waardering krijgen in hun werk of er juist erg aan toegewijd zijn en bijvoorbeeld doorwerken tijdens de lunch, hebben meer kans op rsi.

    ’s Ochtends, als ze net wakker is, valt het mee. Dan zijn de spieren en pezen in haar onderarm zo ontspannen, denkt Berga van der Donk (41), dat zij een paar minuten pijnvrij is. Daarna komt de pijn langzaam opzetten. Om de rest van de dag niet meer weg te gaan. Van der Donk heeft al tien jaar rsi, ofwel repetitive strain injury. Ze heeft leren leven met de constante beperkingen van de aandoening, zegt ze, en ze werkt inmiddels weer 26 uur verspreid over drie dagen als adviseur particulieren bij een bank. Hoop dat het ooit over gaat, heeft ze niet meer.

    Rsi, de beroepsziekte die in de jaren negentig opeens opdook, werd onderwerp van jarenlange discussie tussen artsen, patiënten en fysiotherapeuten. Was er wel sprake van lichamelijk letsel? Zat het niet tussen de oren? Inmiddels is er brede consensus: de ziekte bestaat, de pijn, tintelingen en zelfs verlammingen in armen, schouders en handen zijn echt. Al is er volgens medici en volgens onderzoek (zie: Wat heeft invloed?) ook een verband tussen gedrag en klachten van de patiënt. Recent onderzoek van het Expertisecentrum RSI van Arbo Unie onder 17.000 bedrijven laat zien dat mensen langer ziek zijn als gevolg van rsi. In het eerste kwartaal van 2009 veroorzaakte de aandoening in totaal 37.794 verzuimdagen, 3 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2008 en ruim 10 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2007. Het is een jaarlijks terugkerende kostenpost: voor de bedrijven uit het onderzoek van bijna 30 miljoen euro, becijferde Erwin Speklé, hoofd van het Expertisecentrum RSI. „De laatste tijd dachten veel mensen dat rsi verleden tijd is”, zegt hij. „Maar dat valt dus tegen.”

    Volgens verschillende onderzoeken van TNO Arbeid en de Gezondheidsraad krijgt een kwart van alle werknemers ooit te maken met rsi. Variërend van lichte pijn of tintelingen aan armen, nek of schouder, tot klachten die ziekteverzuim en zelfs arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben. Toch is het aantal werknemers dat zich daadwerkelijk wegens rsi ziek meldt betrekkelijk gering: al jaren rond de 4.000 per jaar, volgens Arbo Unie. Het aantal ziekmeldingen nam afgelopen jaar zelfs licht af, van 951 in het eerste kwartaal van 2008, naar 912 in het eerste kwartaal van 2009. „Dat is wel te verklaren: minder mensen melden zich ziek, maar degenen die zich ziekmelden zijn langer uitgeschakeld”, zegt Speklé, die eind dit jaar aan de Vrije Universiteit hoopt te promoveren op rsi-preventie. Volgens hem melden werknemers met rsi-klachten zich niet meer zo snel als voorheen bij een bedrijfsarts en komen zij dus ook per definitie niet in de verzuimcijfers voor. „De meeste bedrijven sturen hun zieke werknemers tegenwoordig pas na twee weken ziekteverzuim naar de bedrijfsarts. Pas als ze daar zijn geweest, komen ze in de officiële verzuimcijfers terecht. Misschien melden zij zich voor die tijd al bij hun huisarts, maar die cijfers worden door ons niet bijgehouden.” Speklé vermoedt dat werknemers met rsi zich niet snel ziek durven te melden, uit angst voor ontslag. „De mensen die zich uiteindelijk wél melden bij de bedrijfsarts, zijn echt goed en dus langdurig ziek en veroorzaken het hogere verzuimcijfer.”

    Werknemers die bij de bedrijfsarts belanden, vormen het topje van de ijsberg, stelt Willem Hollander, voorzitter van de rsi-patiëntenvereniging (1.800 leden en nog steeds groeiende). „In werkelijkheid lopen er veel meer mensen rond met pijn aan hun armen of schouders, maar zij durven er niet aan toe te geven. We krijgen de laatste maanden tientallen telefoontjes per maand van mensen met pijn die dat op hun werk niet durven te vertellen.” Die angst heeft te maken met de economische recessie, denkt Hollander. „Werknemers zijn in deze tijd als de dood om hun baan te verliezen. Ze durven zich niet ziek te melden, omdat ze bang zijn dat zij er dan bij een volgende reorganisatie uitvliegen en gaan dus gewoon door met hun werk.”

    Het is geen fijne tijd om ziek te zijn, zegt ook fysiotherapeut en stressdeskundige Gideon de Haan. „Mensen met een jaarcontract houden hun mond en bijten hun kiezen op elkaar als ze klachten krijgen. Die zijn allang blij dat ze nog aan het werk zijn.” Zorgelijk, vindt Speklé van Arbo Unie, want hoe langer mensen met beginnende rsi-klachten rondlopen, hoe groter de kans op chronische pijnklachten en langer ziekteverzuim. „Wij zien het liefst dat mensen zich in een vroeg stadium melden, dan kan er snel actie worden ondernomen.” Door de recessie melden werknemers zich niet alleen later dan normaal bij de bedrijfsarts. Ook het aantal mensen dat rsi ontwikkelt, zal stijgen, voorspelt De Haan. „De werkdruk is in veel bedrijven hoger als gevolg van de crisis. Er is gereorganiseerd en er moet dus met een kleinere club hetzelfde werk worden verricht. Dat kunnen mensen wel twee, drie maanden volhouden, maar veel langer gaat niet. Dan krijgen mensen onherroepelijk klachten.”

    Fysiotherapeut en psychotherapeut Kees Jan de Langen bevestigt de invloed van werkdruk op pijnklachten aan schouders en armen. „Bij rsi gaat het om veel meer dan lang achter de computer zitten”, zegt hij. „De klachten ontstaan door een combinatie van factoren. Repeterende bewegingen maken met de computermuis is niet de enige oorzaak. De manier waaróp je werkt, is van groter belang. Ik zeg weleens tegen mijn patiënten: mijn zoon zit veertien uur per dag achter zijn spelcomputer en heeft nergens last van, maar mensen die onder grote druk slechts zes uur per dag werken, verrekken op den duur van de pijn.” Wie veel onder druk werkt, verkrampt, legt De Langen uit. „Er komt spanning in de nek, waardoor er een verminderde doorbloeding van de pezen en zenuwen naar de armen optreedt en daardoor kunnen mensen al snel last krijgen van tintelingen en, in ergere gevallen, heftige pijn in hun armen of handen.” Hoe die pijn voelt? Berga van der Donk moet er even over nadenken. „Vergelijk het met de pijn die je kunt voelen als je heel lang en hard de badkamervloer aan het schrobben ben”, zegt ze dan. „De spieren in je arm gaan strak staan, ze verzuren. Dat gevoel heb ik de hele tijd. ” De pijn bewerkstelligt in haar geval dat ze veel dingen niet meer kan. „Voordat ik rsi kreeg, ging ik als een tornado door het huis en was de boel in een paar uur helemaal schoon, dat kan ik me nu niet meer voorstellen.”Werken gaat tegenwoordig redelijk, al kan ze soms „geen toetsenbord aanraken”. Het moeilijkste is, zegt zij, om toe te geven dat je iets niet kunt. „Dat heb ik echt moeten leren. Op mijn werk wordt me soms gevraagd om te notuleren. Vroeger zou ik dat gedaan hebben, tegenwoordig zeg ik nee”.

    Bron: NRC Handelsblad – Patricia Veldhuis – 22 april 2010

    Post to Twitter