• De kantoorwerkplek; wat moet en wat mag?

    Datum: 2012.03.19 | Categoriën: Voor werkgevers | Tags:

    Werkgerelateerde klachten aan arm, nek en schouders zijn al langere tijd bekend en komen helaas vaak voor. In het bijzonder bij beeldschermwerkers. Dit gaat gepaard met hoge financiële kosten voor zowel de werkgevers als de gezondheidszorg. Om de gezondheid van de medewerker te beschermen krijgt de werkgever algemene bepalingen en richtlijnen aangereikt die in de Arbowet zijn opgenomen. Ook met betrekking tot de inrichting van de kantoorwerkplek is de werkgever aan diverse richtlijnen gebonden. Praktijkervaring wijst uit dat werkgevers niet altijd volledig op de hoogte zijn van hun verplichtingen ten aanzien van voorlichting en inrichting van de beeldschermwerkplek. De vraag die rijst is vaak ‘wat moet en wat mag?’

    In een poging om de kosten voor ziekteverzuim te reduceren gaan werkgevers vaak over tot verschillende vormen van interventie die gericht zijn op het voorkomen van klachten. Deze initiatieven zijn uiteenlopend en variëren van pauzesoftware tot stoelmassages. Zij hebben altijd een gemeenschappelijk doel; het voorkomen van pijnklachten en het verminderen van ziekteverzuim wegens arm- nek- en schouderklachten. Deze initiatieven zijn echter vrijwillig. De werkgever maakt zelf de keuze welke interventies hij wil inzetten. Maar voordat de werkgever overgaat tot dergelijke initiatieven zijn er eerst een aantal wettelijke verplichtingen waaraan de werkgever moet voldoen.

    Afwisseling in werkzaamheden
    De werkgever moet er voor zorgdragen dat beeldschermwerk geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van de medewerkers. De werkgever moet er voor zorgen dat het werk zo georganiseerd wordt dat het beeldschermwerk ná 2 uur afgewisseld wordt met ander werk of een pauze.

    Inrichting van de werkplek
    Wat de ergonomische inrichting van de werkplek betreft; de stoel en het bureau moeten van goede kwaliteit zijn en op de juiste wijze worden ingesteld op basis van de persoon die de werkplek gebruikt. Ook het beeldscherm dient van goede kwaliteit te zijn en is in hoogte verstelbaar.

    Werkplekinstructies
    De verantwoordelijkheid van de werkgever houdt niet op bij het voorzien in passend en correct ingesteld meubilair. Instructies over het gebruik van het meubilair valt eveneens onder de verantwoordelijkheid van de werkgever. De instructies voor het instellen van de werkplek kan verzorgd worden door een interne preventiemedewerker of externe adviseur. Ook kan de werkgever kiezen voor bijvoorbeeld videovoorlichting. Bij het laatste ontbreekt echter de controle op de juiste toepassing van de informatieverstrekking. Omdat de werkgever ook verantwoordelijk is om er op toe te zien dat de werkplekinstructies correct worden toegepast is het aan te raden om te kiezen voor een vorm van persoonlijke interventie.

    Omgevingsfactoren
    Naast kwaliteitsnormen voor het meubilair, gelden er ook richtlijnen voor diverse omgevingsfactoren. Denk hierbij onder andere aan licht, luchtvochtigheid, tocht, oppervlakte en temperatuur.

    • Licht: de verlichting op de werkplek moet zorgen voor voldoende licht en contrast tussen het beeldscherm en de omgeving. En er dient sprake te zijn van daglichttoetreding.
    • Luchtvochtigheid: de maatstaf voor luchtvochtigheid is tussen de 30 en 70%.
    • Tocht: er mag geen sprake zijn van luchtverplaatsing die ongewenste afkoeling van de huid veroorzaakt. Ook de luchtverversingsinstallatie mag geen hinderlijke tocht veroorzaken.
    • Oppervlakte: het minimale oppervlakte is vastgesteld op 6m2 per kantoorwerkplek. Deze berekening is gebaseerd op een werkplek met bureau, bureaustoel en TFT-scherm.
    • Temperatuur: bij voorkeur is de temperatuur tussen de 20 en 23 graden.
    • Geluid: vanaf 40dB kan geluid al als storend worden ervaren. Productiviteit wordt in grote mate beïnvloed door concentratie. Het dempen van geluid is daarom belangrijk. Denk hierbij aan dichtslaande deuren, (telefoon)gesprekken en oproepsignalen van de telefoon.

    Ergonomische hulpmiddelen
    De werkgever wordt ook geacht de benodigde ergonomische hulpmiddelen beschikbaar te stellen wanneer een individuele situatie daar om vraagt. Dit wordt bepaald op basis van de werkzaamheden, werkplekinrichting of bij reeds bestaande klachten.
    Maar let op, er is een overdaad aan ergonomische hulpmiddelen in omloop. Met grote regelmaat worden zoveel mogelijk hulpmiddelen in gebruik genomen zonder daar een specifieke reden voor te hebben. De enige goede reden om een hulpmiddel in gebruik te nemen is als het functioneel is. Dit betekent dat het gebruik van het ergonomisch hulpmiddel de werkhouding ten goede komt en een ontlastende functie heeft. De voetenbank ondervangt bijvoorbeeld het hoogteverschil bij het werken aan een te hoog bureau. Wanneer iemand aan een in hoogte instelbaar bureau werkt is het aan te raden om de hoogte van het bureau aan te passen in plaats van te werken met een voetensteun. Een speciale muis kan gebruikt worden om een andere positie van de hand en/of pols te realiseren. Dit kan herstel van hand- en armklachten bespoedigen doordat er andere spiergroepen worden aangesproken. Met andere woorden; er is een direct verband tussen de toepassing en de werkzaamheden en/of klacht van de medewerker.

    Thuiswerken

    Thuiswerken neemt sterkt toe in populariteit. Niet alleen medewerkers ervaren de mogelijkheid tot thuiswerken als een positieve ontwikkeling. Ook de werkgever ziet hier vaak veel voordelen in. Waar het de laatste tijd vaak misgaat is bij de inrichting van de thuiswerkplek. De zorgplicht van de werkgever is namelijk ook van toepassing op de thuiswerkplek van de medewerker. Thuiswerkers genieten dezelfde bescherming als de medewerker op kantoor. Dit betekent dat de werkgever verantwoordelijk is voor het meubilair waarmee gewerkt wordt alsmede de voorlichting over het gebruik van het materiaal en de instellingen van de werkplek. Ook dient er op de thuiswerkplek gekeken te worden naar omgevingsfactoren zoals verlichting en lichtinval. Dat betekent dat indien er niet voldaan kan worden aan de Arborichtlijnen, de werkgever het thuiswerken (langer dan 2 uur aaneengesloten) niet kan toestaan.

    De RI&E

    Een RI&E staat voor Risico-Inventarisatie en Evaluatie. De werkgever is verplicht om deze inventarisatie uit te voeren. Dit dient schriftelijk te worden vastgelegd. Het doel van dit middel is eventuele risico’s voor veiligheid en gezondheid op het werk in kaart te brengen. In een plan van aanpak staan de maatregelen die een werkgever gaat nemen om de geconstateerde risico’s aan te pakken. Een gedegen RI&E besteedt uiteraard aandacht aan de beeldschermwerkplek.

    Goed werkgeverschap

    Om pijnklachten aan arm nek en schouder als gevolg van beeldschermwerk bij medewerkers tegen te gaan kunnen we concluderen dat regelmatige voorlichting en instructies met betrekking tot de risico’s van, en de oplossingen tegen deze klachten noodzakelijk is. Het is duidelijk dat de verantwoordelijkheid van de werkgever verstrekkend is. Maar de werkgever heeft wel degelijk vrijheid in de wijze waarop hij invulling geeft aan zijn preventiebeleid.

    Goed werkgeverschap gaat verder dan alleen je verplichtingen nakomen. De praktijk heeft reeds aangetoond dat investeren in preventie een daling in ziekteverzuim oplevert. Die werkgever die een stap verder gaat dan uitsluitend het hoogst noodzakelijke plukt hier de vruchten van. Zowel op het vlak van toenemende productiviteit en motivatie van de medewerker als kostenreductie wegens een daling in ziekteverzuim.

    Bron: Facilitair & Gebouwbeheer; zesde jaargang, nummer 3, 5 maart 2012

    Post to Twitter